Eind december heeft Staatssecretaris Joop Atsma van het ministerie Infrastructuur en Milieu vier rapporten naar de Tweede Kamer gestuurd met betrekking tot het hergebruik van kunststofverpakkingen. In een rapport van VROM wordt echter de vloer aangeveegd met de door hem verstrekte informatie.
Volgens de VROM-inspectie worden de gestelde normen bij lange na niet gehaald. De belangrijkste reden hiervoor is dat het in de praktijk lastig is vast te stellen hoe groot de totale kunststofafval per jaar is. Het hergebruikpercentage, een afgeleide hiervan, is dan ook niet zuiver vast te stellen. Daarbij is het inzamelen van kunststof verpakkingen complex en kostbaar en lijkt het rendement tegen te vallen.
Voor 2009 was het hergebruikpercentage van kunststofafval bepaald op 32%. Omdat ook in de voorgaande jaren de cijfers sterk afweken van het beoogde doel zal hiernaar verder onderzoek moeten plaatsvinden om uit te wijzen welk percentage wel is gerealiseerd.
De belangrijkste conclusies uit het rapport van de VROM-inspectie is dat bedrijven die inzamelen en verwerken een beperkte kennis en betrokkenheid hebben en ervaart VROM in het algemeen een lage motivatie om in te zamelen. Ook is het monitoren van het inzamelen en verwerken vaak onvoldoende geïmplementeerd in de bedrijven. Daarnaast is de betrouwbaarheid van het hergebruikcijfer voor kunststof verpakkingen onvoldoende en zijn diverse onjuistheden in de gerapporteerde hergebruikpercentages geconstateerd.
In 2012 dient het hergebruik van kunststofverpakkingen volgens de afspraken tussen VROM en VNG 42% te zijn. Volgens de Europese richtlijn 94/62/EG is het gestelde doel om in 2020 50% gewichtsprocenten van de ingezamelde zaken als papier, metaal, kunststof en glas te hergebruiken.

Recente reacties