 |
Oorsprong
De zeefdruktechniek stamt af van de sjabloneertechniek. Sjabloneren deed
men al in de prehistorie. Denk bijvoorbeeld aan rotsschilderingen die op
wanden van door de stenentijdperkmens bewoonde grotten zijn gevonden. De
vele afdrukken van handen werden door onze voorouders op die wanden gezet
door voorgekauwde kleurstof via een blaastechniek over de handen te ‘spuiten’.
Makkelijker, preciezer en sneller dan natekenen. Iets later in de
geschiedenis zien we de kruisvaarders ten strijde trekken met over de
wapenuitrusting gedrapeerde kleden. Die gewaden werden door middel van een
sjabloneertechniek voorzien van duidelijk herkenbare tekens. In de
Middeleeuwen werden sjablonen op grote schaal gebruikt bij het inkleuren
van illustraties in boeken en bijvoorbeeld op wanddecoraties en
speelkaarten. Ook nu nog worden volop sjablonen gebruikt. Kijk maar naar
wegwerkers die met behulp van levensgrote sjablonen pijlen, haaientanden
of afbeeldingen van complete fietsen op het asfalt aanbrengen. Een nadeel
van het sjabloon is de kwetsbaarheid en daardoor de beperkte bruikbaarheid.
De zeefdrukker bedient zich daarom van een op een inktdoorlatend en strak
gespannen gaas bevestigd sjabloon. Minder kwetsbaar en veel groter
gebruikersgemak.
Eenvoud
Zo geavanceerd en meestal volautomatisch als de moderne zeefdrukker te
werk gaat, zo eenvoudig is nog altijd de basis van zijn techniek. De
drukvorm is in principe nog altijd het gaas met open en dichte delen. De
open delen laten de drukinkt door en de dichte niet. Daar heb je het in
grote lijnen mee gezegd. Het is in wezen eenvoudige, maar tegelijkertijd
zeer veelzijdige druktechniek.
In veel boeken over zeefdruk wordt voor de oorsprong naar Japan gekeken.
Rond het jaar 1700 ontwikkelde een zekere Yuzensai Miyasaki daar een
betere methode voor het decoreren van stoffen. Een sjabloneertechniek
waarmee fijn gedetailleerde afbeeldingen op de stof konden worden
aanbracht. Tot dan toe had men de stoffen rechtstreeks beschilderd of
decoreerde men de gewaden met een techniek die veel weg had van het latere
batikken.
Bij de nieuwe techniek werden de losse delen van de
sjabloon aan elkaar gehecht met zijden draden of met behulp van haar. Er
wordt in dit verband dan ook gesproken van het haarsjabloon. Deze methode,
die bekend staat als de Yuzendruk, schijnt overigens nog steeds te worden
toegepast. Later was het de japanner Zisukeo Hirose die de techniek verder
verfijnde. Men gaat er van uit dat de vindingen van beide heren aan de
oorsprong liggen van de moderne zeefdruk.
We noemden het strak gespannen gaas en het sjabloon dat daarop wordt
bevestigd. Dat is nog steeds het basisprincipe van het zeefdrukken. Echter,
er is sinds het procédé op wat grotere schaal werd ontdekt het een en
ander gebeurd. We kunnen in dit verband spreken van revolutionaire
veranderingen. Nadat in de jaren vijftig van de vorige eeuw een enorme
vooruitgang in mogelijkheden, nieuwe materialen en apparatuur te zien was
en allerlei ambachtslieden zich op deze nieuwe techniek hadden gestort, is
het nog lang onrustig gebleven.
Zeker tot 1980 bleven grote nieuwe ontwikkelingen elkaar in hoog tempo
volgen. Het was in die tijd wel eens moeilijk alle veranderingen bij te
houden. Er ontstond een enorme honger naar informatie. Vakbladen stonden
vol met technische tips en uitleg over nieuwe systemen en apparatuur. In
de meeste zeefdrukkerijen werd aan de lopende band geëxperimenteerd met
nieuwe methoden, nieuwe inkten, nieuwe te bedrukken materialen en
allerhande, vaak zelf bedachte, machine-onderdelen en droogmethoden.
Fabrikanten die zich geheel of gedeeltelijk richtten op de fabricage van
zeefdrukapparatuur kwamen handen te kort. Velen maakten gebruik van de
kennis van de drukkers om de machines te kunnen verbeteren, zoveel
mogelijk rekening houdend met nieuwe inzichten en de dagelijkse praktijk.
Om meer over het zeefdrukprocédé te vertellen is het belangrijk terug te
gaan naar de basis van de techniek, het strak gespannen gaas met sjabloon
(de drukvorm). Voor het eigenlijke drukken is meer nodig dan alleen die
drukvorm. Men gebruikt de ‘rakel’ (een houder met een kunststof strip, een
soort wisser) om de inkt mee te ‘drukken’. Dit mag in principe geen
drukken worden genoemd omdat er in wezen iets anders gebeurt dan bij
andere druktechnieken. De zeefdrukker beweegt de rakel over het drukraam
waardoor de inkt van de ene naar de andere kant wordt bewogen. Het gaas
wordt in contact met het substraat (het te bedrukken materiaal) gebracht
en daar waar zich de open delen in het sjabloon bevinden, zal de inkt ‘afdrukken’.
De inkt vloeit door de open mazen van het gaas en gaat een hechting aan
met het substraat.
De sjablonen worden langs fotografische weg gefabriceerd. Het ontwerp
wordt hiervoor als film (diapositief) tussen de combinatie gaas/sjabloonfilm
en lichtbron gelegd. Zo’n diapositief is een transparante polyester drager
met zwarte (niet lichtdoorlatende) delen. De belichte delen van het gaas
‘harden’ en de niet belichte delen niet. Hierna is het een kwestie van
spoelen, gewoon met water. De niet belichte (zacht gebleven) delen spoelen
weg waarna het gaas op die plaatsen weer open is.
Het grote voordeel hiervan is dat ook zeer fijne tekeningen
en details kunnen worden belicht. Fijnheid van zeefdrukwerk is in feite
onbeperkt. De fijnst mogelijke details die met de zeefdruktechniek
haalbaar zijn, zijn met het blote oog nauwelijks waarneembaar.
Speciale effecten
De moderne zeefdrukker heeft de beschikking over een groeiend aantal
soorten inkt. Al naar gelang hij een opdracht krijgt, kiest hij zijn inkt.
Over het algemeen zal eenvoudige, recht-toe-recht-aan-inkt worden gekozen.
De keuze uit speciale inkten die hij tot zijn beschikking heeft is echter
enorm. Een kleine greep: beveiligingsinkt, afspoelbare inkt, black-lightinkt,
braille-inkt, brandvertragende inkt, kleeflaaginkt, scratch-offinkt,
glow-in-the-darkinkt, lucifer-aanstrijkinkt, magneetinkt, reflecterende
inkt, scratch-and-sniffinkt, reliëfinkt, schoolbordeninkt, statisch
hechtende inkt, stressmeterinkt, vochtgevoelige inkt en zonlichtgevoelige
inkt. Deze lijst is niet compleet, maar geeft voldoende aan dat je met de
inkt alleen al alle kanten uit kunt.
De zeefdruktechniek leent zich bij uitstek voor speciale effecten. Veel
effecten hebben direct met inkt te maken. Geurinkt bijvoorbeeld. Als over
dergelijk drukwerk wordt gekrast, zal er een luchtje ontsnappen aan
meegedrukte minuscule en met geurstof gevulde pareltjes. De mogelijkheden
zijn onbeperkt. Een vergelijkbare inkt is de krasinkt die wordt toegepast
op krasloten. In feite drukt men hier een slecht hechtende inkt. Deze vaak
zilverkleurige vlakjes moeten uiteraard vooral ‘dekkend’ zijn. Misschien
wat minder bekend is de braille-inkt. Een inkt die wordt gebruikt voor
drukwerk voor blinden en slechtzienden. Ook de reliëf-gevarendriehoeken
die op labels van verpakkingen van allerhande chemische en andere
gevaarlijke producten moeten worden meegedrukt, worden met dergelijke inkt
opgezet.
Daarnaast zijn er allerlei inkten die door inwerking van warmte of kou, of
van ultraviolet of infrarood licht van kleur veranderen. Ook zijn er
inkten die onzichtbaar of juist zichtbaar worden door invloeden van
buitenaf. Veel speciale inkt-effecten worden op waardepapieren of
bankbiljetten gebruikt om vervalsingen tegen te gaan. Deze geven vaak een
verkleurd of vertekend beeld als ze bijvoorbeeld worden gekopieerd.
Zeefdruk is ook hiervoor de meest aangewezen druktechniek omdat speciale
inkten door bepaalde bestanddelen zeer grof van structuur zijn en veelal
in zeer dikke lagen moeten worden opgebracht.
Vaak wordt het geheel aan mogelijkheden binnen de zeefdruktechniek
onderverdeeld in drie hoofdgroepen: textieldruk, grafische- en industriële
zeefdruk.
Zelfs de eerder genoemde uitvinders, die zich rond 1700 in
Japan bekwaamden in wat algemeen als de voorloper van de moderne zeefdruk
wordt gezien, wendden de techniek aan voor het decoreren van zijde. De
‘textielzeefdruk’ was hiermee een feit. Later waren het met name de
reclameschilders en decorateurs die de techniek ontdekten voor het
bedrukken van allerlei tekstborden, raambiljetten of affiches. Ze
gebruikten daarmee de zeefdruktechniek hoofdzakelijk voor ‘communicatie’.
Dit werden uiteindelijk de wat we nu ‘grafische zeefdrukkers’ zijn gaan
noemen.
Textiel en grafisch, beide takken van de techniek, staan vanaf het begin
als stevige poten onder het zeefdrukprocédé. Later heeft ook de
‘industrie’ de zeefdruktechniek omarmd als een uitstekend in het totale
productieproces op te nemen onderdeel. Zo zal je in een wasmachinefabriek
een afdeling tegenkomen waar frontpanelen worden bedrukt en zal ook de
computerfabrikant met de te bedrukken onderdelen niet de omweg via een
zeefdrukkerij maken, maar een eigen productiehal inrichten waar deze
druktechniek een plaatsje krijgt. Als de aantallen die gedrukt moeten
worden maar groot genoeg zijn en de productie constant.
Hiermee onderscheiden we in een notendop de drie gesignaleerde
deelgebieden binnen de zeefdruk: grafisch, textiel en industrieel. In
feite doen ze allemaal hetzelfde, ze zijn nauw aan elkaar verwant, maar
vanwege de vaak zeer uiteenlopende werkwijzen, aangepaste inkten, gazen,
sjablonen en de verschillende specialisaties, levert dit onderscheid
nauwelijks met elkaar te vergelijken bedrijven op. Het is vaak moeilijk
aan te geven waar grenzen precies liggen en de overlappingen zijn groot.
Producten
Het reclamebord, de showcard, de display, het affiche (al dan niet op
billboardformaat), de sticker (ook wel label of etiketgenoemd), de
lichtbak, de kalender, het kunstdrukwerk, de CD (-rom), afwrijfletters, de
bedrukte fles, marsepeindruk, het T-shirt, de sweater en petten, de
handdoek, de bedrukte stoffen aan de meter, de onderdelen van wasmachine
en computer, het mobieltje, het horloge, braille-zeefdruk, krasloten,
drukwerk met geurinkt en de met beveiligingsinkt bedrukte waardepapieren.
De lijst met producten van de zeefdrukker is lang.
In de elektronica-industrie heeft men de zeefdruktechniek sinds lang
ontdekt als een goede reproductietechniek. ‘Printed circuits boards’, ook
wel printplaten of gedrukte bedrading genoemd, laten zich tot een bepaalde
mate van fijnheid goed zeefdrukken. Bij de productie van dergelijke
onderdelen is sprake van een groot aantal opeenvolgende processen waarbij
het zeefdrukken van de fijne sporenpatronen een onderdeel is. Er worden in
deze industrie extreem hoge eisen gesteld aan zaken als maatvastheid en
laagdikte van gedrukte lijnen. De lijst met apparatuur waarin dergelijk
zeefdrukwerk verborgen zit is omvangrijk.
Bij horloges, mobieltjes en andere populaire apparaatjes wordt de
zeefdruktechniek vaak zowel van binnen als van buiten toegepast. De
modieuze afbeeldingen op de vaak bijzonder kunstig ontworpen wijzerplaten
en decoraties op buitenkanten van telefoontoestellen, vallen soms in het
niet vergeleken met de technische zeefdrukhoogstandjes die zich binnenin
schuil houden.
Tot slot
We weten nu wat de zeefdrukker kan en ongeveer hoe het in z’n werk gaat.
Wat willen we nog meer weten? Waarom hij het doet? Een vraag die misschien
minder relevant is. Uiteraard werkt een zeefdrukker ook gewoon voor geld.
Logisch. Verder kan je misschien zeggen dat de zeefdrukkers heel veel
liefde voor hun vak moeten hebben. Maar geldt dat niet evengoed voor de
meeste andere beroepen? Toch lijkt het of er factoren zijn die de
zeefdrukker extra aan de techniek binden. Is het misschien het feit dat de
ontstaansgeschiedenis van zeefdruk wat anders is gelopen dan bij veel
andere ambachten? Het feit dat in het begin zoveel door de zeefdrukkers
zelf uitgevonden moest worden? Dat schept een band, maar dan zouden alleen
de eerste en de tweede generaties daar in meer of mindere mate door
gevormd zijn.
Misschien doet het er niet toe. Misschien is het onze eigen
beroepsdeformatie die maakt dat we graag zouden zien dat het een speciale
groep mensen is die voor dit vak kiezen. Misschien. Maar waarom hebben ze
altijd zo halsstarrig volgehouden aan het zelf veranderen van bestaande
machines? Waarom kunnen ze nooit van de inkt afblijven, maar moeten ze er
altijd weer speciale verdunners doorroeren? Waarom lopen ze ontwerpers en
lithografen onophoudelijk voor de voeten met net even andere ideeën over
typografie, kleur, vlakverdeling en rasterpuntjes? Waarom drukken ze niet
gewoon? Waarom is de grootste Europese zeefdrukvakbeurs van oorsprong een
idee van zeefdrukkers en niet van leveranciers en fabrikanten zoals dat in
andere branches gaat? Misschien moeten we al die vragen maar open en
onbeantwoord laten.
De zeefdrukker heeft bewezen flexibel te zijn. Dat blijkt uit het steeds
kunnen doorstaan van grote veranderingen in techniek en het volgen van
bewegingen in de markt. Telkens blijkt men er handig en creatief op in te
spelen. Op het gebied van milieu en arbeidsrecht veranderden opvattingen
en wetgeving in de loop der jaren sterk. Niet altijd even eenvoudig en
vaak erg duur, maar de zeefdrukbranche speelde waar mogelijk actief in op
de nieuwe situatie en veranderde machines en inkten om aan gestelde eisen
tegemoet te kunnen komen. Hetzelfde gebeurde toen begin jaren tachtig
computers delen van het werk overnamen en er apparatuur op de markt kwam
die zeefdrukwerk voor een deel overbodig maakte. De snijplotters
bijvoorbeeld die teksten uit zelfklevend materiaal sneden in minder dan de
tijd die de zeefdrukker nodig had voor zijn voorbereiding. Nadat men van
de eerste schrik bekomen was werd de apparatuur enthousiast begroet en
soepel ingepast in het bestaande leveringsprogramma.
Toen twaalf jaar later de digitale printer zijn intrede deed en er
compleet nieuwe mogelijkheden ontstonden voor full-colour werk, gebeurde
precies hetzelfde. De zeefdrukker stapte over het idee heen dat alles
‘drukwerk’ moet zijn en schafte zich een groot formaat kleurenprinter aan.
Nieuwe markten die door deze techniek ontstonden, werden ontdekt, op
waarde ingeschat en ingelijfd. Werk is werk. Opdrachtgevers die in
producten van de digitale printer geïnteresseerd waren, ontdekten zo ook
het zeefdrukwerk. Hetzelfde geldt voor de drukker van vrijetijdskleding.
Steeds meer kom je tussen de grote drukcarrousels ook borduurmachines
tegen. Machines waarop meerdere T-shirts, truien, tassen of petten
tegelijk van kleurige logo’s of afbeeldingen worden voorzien. Niet met
inkt maar met garen. Ook de industriële zeefdrukker heeft een keuze. Zijn
‘tampondrukmachines’ bieden hem de kans ook vreemde vormen te bedrukken.
Deze stempeltechniek maakt gebruik van een flexibel met de te bedrukken
vorm meebuigend siliconen kussentje dat de afbeelding overbrengt.
Naast de zeefdruktechniek geeft dit allemaal een geweldige
bewegingsvrijheid en blijkt dat er nog veel meer kan. Het werd met deze
eenvoudigweg in te passen nieuwe technieken een wisselwerking, een
vruchtbare kruisbestuiving. De zeefdrukker werd leverancier van een ‘totaalpakket’.
Als de opdrachtgever een ‘probleem’ heeft, dan wordt dat professioneel
opgelost. Door middel van de plotter-, tampondruk-, borduur-, printer- of
zeefdruktechniek.
Dan rest nog slechts de vraag waar de zeefdrukker te vinden is. Het ligt
er aan welk type zeefdrukker je zoekt, de grafische zeefdrukker, de
textieldrukker of die industriële drukker. De laatste heeft zijn plek
automatisch al gevonden bij die fabriek van CD’s of computers en is
daarmee vaak z’n eigen opdrachtgever. De andere categorieën zullen te
vinden zijn in telefoonboek of Gouden Gids. Het ligt voor de hand onder de
Z te kijken. Daar zullen er een aantal bij elkaar staan. Maar ook onder de
A van affiches, de T van T-shirts of textieldrukkerijen, de S van stickers
of serigrafie, de E van etiketten, de D van displays en misschien zelfs de
P van posters en de B van billboard. Ook op deze site vindt u een aantal
zeefdrukkerijen bij elkaar. Met een logo, adresgegevens en
doorklikmogelijkheden. Specifieke informatie over het eigen bedrijf en de
mogelijkheden zullen ze u graag geven.
U vindt alvast een aantal zeefdrukbedrijven op onze site.
KLIK HIER
|