info@zeefdruk-info.nl


Het praktische nut van een gaastabel

Op deze pagina treft u de gaastabel aan voor monofilament hoogmodule polyester gaas aan. Dit is in de grafische- en textielzeefdruk veruit het  meest gebruikte type gaas. Onze tabel is ontleend aan de tabel voor Sefar PET 1000 gaas, doch verschilt nauwelijks van de tabellen van andere fabrikanten als b.v. Saati. Dat is geen toeval, want binnen ESMA verband hebben de gaasfabrikanten hun specificaties en bijbehorende gaastabellen geharmonieerd.

De meeste zeefdrukkerijen hebben geen gaastabel in huis en de gaasfabrikanten stimuleren dat ook nauwelijks. Toch staan er nuttige gegevens in. Gegevens die u zelfs kunnen behoeden voor verkeerde inschattingen en beslissingen. Vandaar dat wij menen er goed aan te doen, een gaastabel bij de informatieve pagina’s van onze site op te nemen. U heeft er dan altijd een binnen handbereik. Wat kunt u van deze gaastabel aflezen? Dat vindt u na de gaastabel Polyester beschreven. Door op de tabelkoppen te klikken springt u direct naar de verklaring van de betreffende kolom.

Voor industriële zeefdrukkerijen hebben wij ook een gaastabel voor RV staalgaas toegevoegd.


Gaastabel polyester monofilament

Gaasnummer-draaddikte

Meshgetal-draaddikte

Kleur:
 W=wit, Y=geel/oranje

Maasopening

Doorlaat

Weefseldikte

Theoretische inktvolume

draden/cm

draden/Inch

W of Y

µm

% open

µm

cm3/m2

8-300

20-300

W

950

57,8

575

332

10-260

25-260

W

739

54,6

498

272

10-350

25-350

W

643

41,3

621

256

12-140

30-140

W

688

68,2

268

183

15-200

40-200

W

465

48,6

353

172

15-250

40-250

W

417

39,1

425

166

18-180

45-180

W

375

45,5

320

146

21-140

54-140

W

333

49,0

250

123

24-120

60-120

W

294

49,7

215

107

24-140

60-140

W

270

41,9

250

105

27-120

70-120

W

249

45,3

210

95

27-140

70-140

W

222

36,0

250

90

30-120

76-120

W

211

40,2

205

82

30-140

76-140

W

188

31,9

260

83

32-70

83-70

W + Y

240

58,7

115

68

32-100

83-100

W + Y

209

44,5

165

73

32-120

83-120

W

191

37,2

210

78

36-90

92-90

W

183

43,3

150

65

36-100

92-100

W + Y

174

39,1

160

63

40-80

103-80

W

166

44,1

133

59

43-80

110-80

W + Y

149

40,8

130

53

43-90

110-90

W

136

34,0

150

51

45-70

115-70

W

150

45,7

115

53

45-80

115-80

W

138

38,7

130

50

48-55

123-55

W + Y

151

52,8

90

48

48-70

123-70

W + Y

133

41,0

110

45

48-80

123-80

W + Y

122

34,5

130

45

51-70

131-70

W

121

38,1

114

43

51-80

131-80

W + Y

109

30,9

130

40

54-64

137-64

W + Y

115

38,7

103

40

54-70

137-70

W + Y

109

34,8

112

39

61-64

156-64

W + Y

90

30,1

101

30

61-70

156-70

W + Y

86

27,5

111

31

64-64

163-64

W + Y

85

29,8

98

29

68-55

175-55

W + Y

85

33,5

85

28

68-64

175-64

W + Y

78

28,2

98

28

68/2-40

175/2-40

W + Y

63

18,4

72

13

73-55

186-55

W + Y

75

30,0

89

27

77-48

195-48

W + Y

77

35,0

80

28

77-55

195-55

W + Y

67

26,5

88

23

81-48

206-48

W

69

30,7

79

24

90-40

230-40

W + Y

68

37,6

65

24

90-48

230-48

W + Y

55

24,6

81

20

90/2-34

230/2-34

W + Y

40

13,0

65

8

95-40

240-40

W + Y

62

35,0

63

22

95-48

240-48

Y

50

22,8

81

18

100-40

255-40

W + Y

57

32,5

65

21

110-34

280-34

W + Y

54

35,2

55

19

110-40

280-40

W + Y

47

26,6

65

17

120-31

305-31

W + Y

49

35,0

49

17

120-34

305-34

W + Y

45

29,6

55

16

120-40

305-40

W + Y

37

20,1

65

13

130-34

330-34

W + Y

40

26,9

53

14

140-31

355-31

W + Y

36

26,0

48

12

140-34

355-34

W + Y

31

19,4

55

11

150-27

380-27

Y

36

28,6

41

12

150-31

380-31

W + Y

32

23,3

47

11

150-34

380-34

W + Y

23

12,1

55

7

165-27

420-27

Y

29

22,3

43

10

165-31

420-31

W + Y

23

14,5

48

7

180-27

460-27

W + Y

22

15,1

43

6

Weefwijze

Gaas kan zijn geweven volgens de 1:1 methode: 1 draad op en 1 draad neer. Dit wordt aangeduid als 1:1 of PW (Plain Weave) en de weefmethode heet Platbinding. Dit gaastype geeft het beste drukbeeld en een zeer gelijkmatige inktopdracht. Ook bestaat er nog de weefmethode die Keperbinding of TW (Twill Weave) heet. Daarbij wordt 1:2 of 2:2 geweven: 1 draad op en 2 draden neer, resp. 2 draden op en 2 draden neer. Deze gaastypen zijn eigenlijk niet goed bruikbaar voor zeefdruk. De inktopdracht is laag en bovendien ongelijkmatig en de kans op moiré bij rasterdruk is groot.  Met het blote oog of zelfs met een microscoop is het verschil tussen een PW en een TW gaas niet te zien. Kijkt u echter LANGS het raam en laat u daarbij een lichtbron (b.v. de TL verlichting) op het gaas weerschijnen, dan zult u bij een TW gaastype diagonale lijnen zien. Dat gaas kan u dus problemen opleveren.
Omdat vrijwel alle gaasnummers momenteel in 1:1 (PW) uitvoering verkrijgbaar zijn, hebben we uitsluitend dat gaastype in onze tabel opgenomen.
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>

Gaasnummer, meshgetal en draaddikte

Het gaasnummer is het aantal draden per STREKKENDE centimeter, het meshgetal is het aantal draden per strekkende Inch. Over het algemeen wordt polyester gaas met het gaasnummer aangeduid, terwijl staalgaas met het meshgetal wordt benoemd. (Vraag me niet waarom.) Echter in Engelssprekende landen wordt polyester gaas ook met het meshgetal aangeduid. Achter het gaasnummer of het meshgetal staat nog een getal. In beide gevallen is dat de metrische aanduiding van de nominale draaddikte: de dikte van de draad voordat deze wordt geweven, uitgedrukt in µm (=1/1000 mm). De draaddikte vormt, samen met de grootte van de maasopening een indicatie voor het te verwachten vloeigedrag van de inkt. De inkt gaat tenslotte door de mazen heen en de draden zitten daarbij in de weg. Hoe groter de maas is t.o.v. de draad, hoe gemakkelijker de inkt er doorheen zal vloeien. Een moeilijk vloeiende inkt zal dus een gunstiger verhouding draad/maas moeten hebben dan een dunne soepel vloeiende inkt.
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>

Kleur

Tijdens het belichten zullen de stralen gedeeltelijk weerkaatsen op het oppervlak van de draad en gedeeltelijk in de draad dringen en daar in verstrooide vorm weer uittreden. Dat geeft harding van de emulsie op plaatsen waar dat ongewenst is. Fijne details van het drukbeeld zullen daardoor wegbelichten. Een remedie daartegen is de toepassing van geel (of oranje) gekleurd gaas. Deze kleuren absorberen de UV-stralen en voorkomen daardoor de onderstraling bij de belichting. Wanneer uitsluitend minder fijne details worden gedrukt (waarbij dan ook grovere gaassoorten worden ingezet), kan met wit gaas worden volstaan. In alle andere gevallen is gekleurd gaas een must. Om de prijs behoeft u het niet te laten, de gele gazen zijn nauwelijks duurder dan de witte. Wit gaas geeft een wat beter doorzicht bij het drukken en is mechanisch wat sterker dan gekleurd gaas.
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>

Weefseldikte

Dit is de dikte van het geweven gaas. De weefseldikte is MINDER dan 2 x de nominale draaddikte, omdat bij het weefproces de draad wordt gebogen en op de draadkruisingen daardoor dunner wordt. De weefseldikte vormt een belangrijke parameter voor de inktopdracht, zie onder Theoretische inktvolume.
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>

Doorlaat

Doorlaat is het percentage van het gaasoppervlak dat in beslag wordt genomen door de mazen. Hoe hoger de doorlaat, hoe gemakkelijker de inkt erdoor vloeit. Zie onder Draaddikte.
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>

Theoretische inktvolume

Dit wordt eenvoudig berekend: dikte x doorlaat. Het geeft aan hoeveel cc inkt er totaal in de mazen van 1 m2 gaas past. Dat is dus een indicatie van de te drukken inktlaagdikte. Omdat het 1 m2 betreft, kan het getal ook gelezen worden als inktlaagdikte, uitgedrukt in µm. Voorbeeld: Gaas 120-34 kan per m2 totaal 16 cc inkt bevatten, wat overeenkomt met 16 µm (natte) inktlaagdikte. Als u van een oplosmiddelinkt het gehalte aan vaste stof weet, kunt u de gedroogde inktlaagdikte ook berekenen. Voorbeeld: u gebruikt een inkt met een vastestofgehalte van 40%. In dat geval zal de bovenstaande natte inktlaagdikte na droging (dus verdamping van het oplosmiddel) nog een dikte hebben van 40% x 16 µm = 6,4 µm. Een UV-inkt echter, verdampt vrijwel niets en zal dus (in ons voorbeeld) in gedroogde toestand nog steeds een laagdikte van vrijwel 16 µm hebben. Natuurlijk beïnvloeden andere parameters de inktlaagdikte ook nog, maar dit is de basis. De hoeveelheid inkt wordt in hoofdzaak bepaald door de gaasinhoud (plus de sjabloonlaagdikte, als het beelddelen betreft die kleiner dan 4 mm zijn).
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>

Praktijk

Gaaskeuze

De gaastabel kan een praktische hulp zijn bij uw gaaskeuze. Het is niet altijd zo dat een hoger gaasnummer altijd een lagere inktopbrengst geeft. Dat hangt van de verhouding tussen draad en maas af. De kolom Theoretische inktvolume geeft u echter een juiste en vergelijkende indicatie.

Voorbeeld: u drukt nu met oplosmiddelinkt met een 120-34 gaas en u wilt hetzelfde werk in UV uitvoeren, natuurlijk met dezelfde beeldkwaliteit.

Uw 120-34 gaas geeft een inktvolume van 16 cc/m2. U moet nu naar een dunnere inktlaag, immers uw gedroogde UV inktlaag wilt u liefst niet dikker zien dan bij de gedroogde oplosmiddelinkt het geval was (6,4 µm). Daartoe raadpleegt u de tabel. Gaas 150-34 brengt uw inkvolume omlaag tot 7 cc/m2, hetgeen al aardig in de richting komt. Echter, de verhouding tussen draad en maas is in dit geval ongunstig: slechts 12,1% doorlaat, terwijl u met uw 120-34 nog 29,6% doorlaat had. U zult druktechnisch beter uit de voeten kunnen met gaas 150-31 of 150-27, met een inktvolume van 12, resp. 11 cc/m2.  Die ontlopen elkaar dus niet zo veel.

Aan u de keuze. De 150-27 geeft een doorlaat die in de buurt komt van uw 120-34. Echter de dunne 27 µm draad is kwetsbaarder en minder maatvast dan de 31 µm draad. Het hangt in dit geval van het soort werk af, welke keuze u zult maken. Maar de gaastabel zorgt ervoor dat u weet wat u kiest.

Dikte capillairfilm

Als u capillairfilm gebruikt, kunt u de dikte daarvan kiezen met behulp van de gaastabel. Uitgaande van het feit dat u de aanbrengmethode zodanig hebt gekozen dat de filmlaag de mazen GEHEEL vult, kunt u vaststellen hoeveel film er per m2 totaal in de mazen past. Ook dat laat zich weer lezen als laagdikte.

Voorbeeld: 120-34 gaas heeft een Theoretisch inktvolume van 16 cc/m2, hetgeen overeenkomt met 16 µm laagdikte. Uw capillairfilm mag dus niet dunner zijn dan die 16 µm. Het hangt van de fabrikant van uw film af, welke keuzes u hebt in diktes. Gebruikt u bijvoorbeeld Autotype Capillex film, dan heeft u de keuze tussen 18 en 20 µm. Kiest u voor 18 µm, dan gaat daarvan 16 µ in de mazen zitten en houdt u een sjabloonlaagdikte over van 2 µm.  Of gebruikt u wellicht Ulano? Dan komt u terecht bij de CDF-2/UV, met een dikte van 20 µm. Daarmee zal uw sjabloonlaag een dikte hebben van 20 – 16 = 4 µm. Zo kunt u van elke gaassoort zelf vaststellen welke capillairfilm daarvoor geschikt is.
TERUG NAAR GAASTABEL POLYESTER>>



Gaastabel RV staalgaas

Gaasnummer Meshgetal Maasopening Draaddikte  Doorlaat  Weefseldikte
en tolerantie
 Theoretische inktvolume Fabriekscode
draden/cm draden/Inch µm µm  % open  µm  cm3/m2 

Standaard

31 80 224          100 48 215 ± 5.0 103 SD 224/ 100
43 105 160            75 46 162 ± 4.0 75 SD 160/ 75
49 120 140            65 47 140 ± 3.0 65 AD 140/ 65
53 135 125            65 43 140 ± 3.0 61 SD 125/65
57 145 118            65 46 120 ± 2.5 55 SD 118/ 56
67 165 100            50 44 110 ± 2.5 49 SD 100/ 50
71 180 95            45 46 102 ± 2.5 47 SD 95/ 45
77 200 90            40 48 90 ± 2.5 43 SD 90/ 40
90 230 75            36 46 80 ± 2.5 37 SD 75/ 36
97 250 63            36 40 80 ± 2.5 32 SD 63/ 36
109 270 56            36 37 80 ± 2.5 30 SD 56/ 36
110 280 59            32 42 68 ± 2.0 29 SD 59/ 32
114 300 56            32 40 68 ± 2.0 28 SD 56/ 32
125 325 50            30 39 62 ± 1.5 24 SD 50/ 30
146 370 40            28 35 58 ± 1.5 20 SD 40/ 28
154 400 40            25 38 51 ± 1.5 19 SD 40/ 25
159 400 40            23 40 48 ± 1.0 19 SD 40/ 23

Dik

61 150 100            65 37 140 ± 3.0 51 SD 100/ 65
77 200 80            50 38 110 ± 3.0 42 SD 80/ 50
97 250 63            40 37 90 ± 2.5 34 SD 63/ 40

Ultra dun

27 70 300            65 68 140 ± 3.0 95 SD 300/ 65
31 80 265            50 71 110  ±2.5 78 SD 265/ 50
32 82 245            65 62 140 ± 3.0 87 SD 245/ 65
79 200 90            36 51 80 ± 2.0 41 SD 90/ 36
91 230 80            30 53 62 ± 1.5 33 SD 80/ 30
100 250 71            30 49 60 ± 1.5 30 SD 71/ 30
110 280 67            25 53 53 ± 1.5 28 SD 67/ 25
130 325 53            24 47 52 ± 1.5 25 SD 53/ 24
137 350 53            20 53 42 ± 1.0 22 SD 53/ 20
159 400 45            18 51 40 ± 1.0 20 SD 45/ 18

RV staalgaas

RV staalgaas kenmerkt zich door een zeer hoge stabiliteit, maatvastheid en mechanische- zowel als chemische resistentie. Een nadeel is, behalve de hogere prijs, de gevoeligheid voor puntbelasting. Scherpe rakelkanten kunnen bijvoorbeeld al een knik in het gaas teweeg brengen, waardoor het onbruikbaar wordt. In de praktijk wordt RV staalgaas in hoofdzaak voor industriële- en aanverwante toepassingen gebruikt. Zeer kleine toleranties, hoge oplagen en relatief kleine drukformaten kenmerken dit werk. Een nadere beschouwing van de gaastabellen leert ook dat de specificaties van RV staalgaas totaal anders zijn dan van polyester gaas. Zo geeft een polyester 165-27 een doorlaat van 22,3% bij een weefseldikte van 43 µm, terwijl het vergelijkbare RV staalgaas 159 niet minder dan 51% doorlaat heeft bij een vergelijkbare weefseldikte. De theoretische inktvolume is in dit geval het dubbele.

Ook in deze gaastabel hebben wij ons beperkt tot de PW (1:1) gazen. De tabel is ontleend aan de technische gegevens van de Duitse staalgaasfabrikant Spörl GmbH.

Tenslotte....
Even snuffelen in de gaastabel loont vaak de moeite. En op onze site heeft u die altijd bij de hand. Doe er uw voordeel mee!