info@zeefdruk-info.nl

Aangezien deze pagina gebaseerd is op berichten van derden,
kan de redactie van deze website geen verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud ervan.


Overzicht sociale verzekeringen
per 1 januari 2009

Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2008 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (WML). Het minimumloon stijgt van € 1356,60 naar € 1381,20 euro bruto. De aanpassingen zijn nodig omdat ook de lonen en de prijzen de afgelopen tijd zijn gestegen. Ook kinderbijslag (die valt onder de minister voor jeugd en gezin) gaat omhoog.

AOW’ers zien hun netto uitkering bijvoorbeeld met tussen de 8,00 en de 34,00 euro per maand stijgen. Hoe hoog het bedrag is, hangt af van de persoonlijke situatie. De netto-uitkering van een alleenstaande AOW’er gaat bijvoorbeeld met ruim 7,00 euro omhoog naar 932,14 euro per maand. Echtparen waarvan beide partners 65 jaar of ouder zijn, krijgen in totaal netto 12,00 euro per maand erbij. Hun gezamenlijke netto-uitkering komt dan uit op 1271,80 euro per maand. Dat is exclusief vakantietoeslag en de tegemoetkoming AOW. Deze tegemoetkoming wordt aan alle AOW-ers uitbetaald en het bruto bedrag bedraagt in 2009 36,45 euro per maand.

Ook mensen met WW, WIA en WAO gaan er over het algemeen op vooruit. De uitkeringen worden verhoogd met 1,81%. De absolute stijging is lastiger aan te geven omdat die nog meer dan bij de AOW afhangt van persoonlijke omstandigheden. Zo is bijvoorbeeld ook van belang hoe hoog hun inkomen was voordat zij een uitkering kregen. Voor de berekening van de uitkering geldt bovendien een maximum inkomen; verdient men meer dan telt het deel boven dat maximum niet mee bij het bepalen van de uitkering. Dit zogeheten maximumdagloon wordt per 1 januari 2009 vastgesteld op 183,15 euro bruto per dag.

AOW

AOW’ers die getrouwd zijn of samenwonen hebben elk een eigen recht op een AOW-pensioen. De hoogte daarvan is gelijk aan de helft van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande bedraagt 70 procent van het netto minimumloon en dat voor een eenoudergezin 90 procent. Bij die laatste groep gaat het om pensioengerechtigden die een kind hebben jonger dan achttien jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.

Voor gehuwde AOW’ers van wie de partner jonger is dan 65, gelden afwijkende regels. Normaal gesproken is het pensioen gelijk aan 50 procent van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde). Daarbovenop komt een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 686,78) (deze toeslag komt overigens te vervallen per 1 januari 2015). Echter, is het recht op pensioen al ingegaan voor 1 februari 1994 dan valt de AOW’er onder een overgangsregeling en is het pensioen 70 procent van het netto minimumloon. De toeslag is dan maximaal 30 procent.

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2009. (In deze bedragen is nog geen rekening gehouden met de tegemoetkoming AOW van 36,45 euro bruto.)

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2009 zijn in onderstaand overzicht weergegeven.

AOW Bruto
per maand
Bruto
vakantieuitering


Gehuwden €
686,78
€
40,36

Gehuwden met maximale toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)

€
1373,56
€
80,72

Maximale toeslag

€
686,78
Ongehuwden €
1001,94
€
56,60
Ongehuwd met kind tot 18 jaar €
1271,82
€
72,65

AOW-pensioen ingegaan vσσr 1-2-1994

Gehuwden zonder toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)

€
1001,94
€
56,50
Maximale toeslag €
371,62

Gehuwden met maximale toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)

€
1373,56
€
80,72

De toeslag bedraagt maximaal 686,78 euro bruto per maand. Hoe hoog de toeslag precies is, hangt af van het inkomen van de werkende jongere partner. Een deel van het inkomen wordt namelijk van de toeslag afgetrokken. Als het bruto-inkomen van de jongere partner uit arbeid hoger is dan 1237,35 euro bruto heeft de AOW’er helemaal geen recht op toeslag (bij een inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld een sociale verzekeringsuitkering) vervalt de toeslag bij € 686,78 bruto per maand).

Het berekenen van de hoogte van de toeslag gaat als volgt:

De eerste 207,13 euro van het partnerinkomen is vrijgesteld. Ook een derde deel van het inkomen daarboven telt niet mee. Als de partner dus 1000,00 euro bruto verdient, telt de eerste 207,18 niet mee. Ook is een derde deel van (1000-207,18) 792,82 euro vrijgesteld, wat uitkomt op 264,28 euro. In totaal is dan € 471,46 vrijgesteld. Van de toeslag wordt dus 1000-471,46 = € 528,56 ingehouden.

Als het recht op toeslag voor 1 februari 1994 is ingegaan valt de rechthebbende onder een overgangsregeling en bedraagt de toeslag maximaal bruto € 371,62. Als de partner meer verdient dan € 764,61 bruto vervalt de uitkering. Dat geldt ook als de partner een sociale verzekeringsuitkering krijgt die hoger is dan dat bedrag.

De bij deze bruto bedragen behorende netto-uitkeringen zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Hierbij is uitgegaan van de situatie dat betrokkenen geen aanvullend pensioen hebben.

Netto AOW gehuwden (exclusief tegemoetkoming AOW). Als beide partners boven de 65 jaar zijn, krijgen zij dus allebei de uitkering.

1-7-2008
1-1-2009
Verschil
Per maand
€
633,37
€
639,40
€
6,03
Vakantietoeslag
€
35,49
€
37,58
€
2,09
Totaal
€
668,86
€
676,98
€
8,12

Netto AOW voor alleenstaanden (exclusief de tegemoetkoming AOW)

1-7-2008
1-1-2009
Verschil
Per maand
€
925,33
€
932,81
€
7,48
Vakantietoeslag
€
49,68
€
52,61
€
2,93
Totaal
€
975,01
€
958,42
€
10,41


ANW

De Algemene nabestaandenwet (ANW) is een volksverzekering die recht geeft op een uitkering aan volwassenen van wie de partner is overleden. Het kan gaan om een huwelijkspartner of een partner met wie zij ongehuwd samenwoonden. De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het netto minimumloon. Nabestaanden die een kind verzorgen van 18 jaar of jonger waarvan een ouder is overleden, krijgen daarnaast een inkomensafhankelijke uitkering van 20 procent van het netto minimumloon. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering.

De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande. Uitkeringen worden er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid blijft een deel buiten beschouwing (50 procent van het minimumloon plus een derde deel van het meerdere).

Nabestaanden die voor juli 1996 al een AWW-uitkering (de voorganger van de ANW) ontvingen, krijgen in ieder geval een bodemuitkering van 30 procent van het bruto-minimumloon, ook als hun inkomen hoger uitvalt dan de bovengenoemde inkomensgrens.

In onderstaand overzicht zijn de bruto ANW bedragen opgenomen. De bedragen zijn weergegeven exclusief de tegemoetkoming ANW. Deze bedraagt bruto € 16,78 per maand.

Bruto per maand
Bruto vakantieuitk.
Per maand

Nabestaandenuitkering €
1068,98
€
68,22
Halfwezenuitkering €
244,26
€
19,48
Wezenuitkering tot 10 jaar
€
342,07
€
21,83
Wezenuitkering van 10 tot 16 jaar €
513,11
€
32,75
Wezenuitkering van 16 tot 21/27 jaar 
€
684,15
€
43,66


Kinderbijslag

Ieder half jaar worden de kinderbijslagbedragen aangepast. De bedragen groeien mee met de ontwikkeling van de prijzen. Op 1 januari 2009 bedraagt het basisbedrag per kind 278,55 euro. Voor kinderen die op of na 1 januari 1995 geboren zijn, is de hoogte van het kinderbijslagbedrag alleen afhankelijk van de leeftijd van het kind. Voor kinderen die geboren zijn vσσr 1 januari 1995 of die na 1 oktober 1994, 6 of 12 jaar worden is de hoogte van het kinderbijslagbedrag ook afhankelijk van het aantal kinderen in het gezin.

Vanaf 1 januari 2009 gelden in de kinderbijslag de volgende bedragen per kind per kwartaal.

I. Kinderen geboren vσσr 1 januari 1995 zijn geboren: 12 t/m 17 jaar

12 t/m 17 jaar
Gezinnen met:

1 kind
€
278,55
2 kinderen
€
313,25
3 kinderen
€
324,81
4 kinderen
€
350,23
5 kinderen
€
265,47
6 kinderen
€
375,64

B. Voor kinderen geboren op of na 1 januari 1995 gelden de volgende bedragen:

0 - 6 jaar
€
194,99
6 - 12 jaar
€
236,77
12 - 18 jaar
€
278,55

Deze bedragen blijven gelijk, ongeacht de gezinsgrootte.


Kindertoeslag

Vanaf 2009 wordt de hoogte van de kindertoeslag berekend o.b.v. het aantal kinderen in het gezin en o.b.v. het inkomen van het gezinsinkomen. De kindertoeslag bedraagt maximaal:

gezinnen met 1 kind
€
1011,00
gezinnen met 2 kinderen
€
1322,00
gezinnen met 3 kinderen
€
1505,00
gezinnen met 4 kinderen
€
1611,00

Voor gezinnen met mιιr dan 4 kinderen wordt een bedrag van € 51,- per kind extra uitgekeerd.
Het toetsingsinkomen is in 2009 € 29.914,00. Daarna wordt de toeslag afgebouwd met 6,5% van het extra inkomen.

Wajong

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) biedt jonge gehandicapten en studenten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering op minimumniveau. De grondslag op basis waarvan de uitkering wordt berekend gaat per 1 januari 2009 omhoog. Ook de grondslagen voor Wajong-gerechtigden beneden de 23 jaar, die worden afgeleid van de minimumjeugdlonen, worden op die datum verhoogd.

Per 1 januari 2009 zijn deze bruto grondslagen (exclusief vakantietoeslag) per dag:

Vanaf 23 jaar ten hoogste
€
63,50
22 jaar ten hoogste
€
53,98
21 jaar ten hoogste
€
46,04
20 jaar ten hoogste
€
39,06
19 jaar ten hoogste
€
33,34
18 jaar ten hoogste
€
28,89

Naast de Wajong-uitkering heeft elke Wajong-gerechtigde onder de 23 jaar recht op een tegemoetkoming. Deze compenseert (deels) de inkomensachteruitgang die de invoering van de Zorgverzekeringswet heeft veroorzaakt.

22 jaar
€
1,71
bruto per maand
21 jaar
€
4,14
20 jaar
€
8,41
19 jaar
€
14,03
18 jaar
€
14,65

Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)

Per 1 januari 2009 worden bestaande uitkeringen verhoogd met 1,81%. De hoogte van de WW, WIA en WAO-uitkering hangt mede af van de hoogte van het laatst verdiende loon en het zogenoemde maximumdagloon. Per 1 januari 2009 wordt het maximum dagloon verhoogd van € 179,90 naar € 183,15 bruto.

Toeslagewet en kopjes op de uitkeringen

De Toeslagenwet zorgt voor een aanvulling op een aantal uitkeringen tot het sociaal minimum. Het gaat bijvoorbeeld om de WW, WIA, WAO en ZW-uitkering. Er ontstaat recht op een toeslag als uitkeringsgerechtigde een uitkering ontvangt die lager is dan het normbedrag. De toeslag vult de uitkering aan tot het normbedrag, maar het totaal van de uitkering en toeslag samen is niet meer dan het vroegere loon.
Een toeslag op de uitkering kan worden aangevraagd bij het UWV.

De hoogte van de normbedragen per 1 januari 2009 zijn als volgt vastgesteld:

ZW/WW/WAO/WIA/Wajong (exclusief vakantietoeslag)

Gehuwden
€
63,50
Alleenstaande ouders
€
60,50
Alleenstaanden:
vanaf 23 jaar
€
48,47
22 jaar
€
37,67
21 jaar
€
31,80
20 jaar
€
26,50
19 jaar
€
22,18
18 jaar
€
19,27

Premiepercentages 1 januari 2009

2008
2009
Verschil
AOW
€
17,90
€
17,90
€
0,00
ANW a)
€
1,10
€
1,10
€
0,00
AWBZ b)
€
12,15
€
12,15
€
0,15
WAO/WIA-basispremie (Aof) b)
€
5,65
€
5,70
€
0,05
Uniforme WAO-premie (Aok) b)
€
0,15
€
0,15
€
0,00
WGA-rekenpremie (Werkhervattingskas) b)
€
0,57
€
0,47
€
-0,10
Awf wekgeverspremie c)
€
4,75
€
4,15
€
-0,60
Awf weknemerspremie d)
€
3,50
€
0,00
€
-3,50
ZVW-Inkomensafhankelijke bijdrage werkgevers e) 
€
7,20
€
6,90
€
-0,70
UFO
€
0,78
€
0,78
€
0,00
UFO-ERD ZW
€
0,72
€
0,72
€
0,00
Sectorpremie gemiddeld
€
1,04
€
1,07
€
0,03
Verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang f)
0,34
€
0,34
€
0,00
Max. Premieloon werknemersverzekingen
€
177,03
€
183,15
€
6,12
Max. Bijdrageloon ZVW per jaar
€
31.231,00
€
32.369,00
€
1.138,00
Franchise Awf-premie per dag
€
61,00
€
63,00
€
2,00

a) Het UWV heeft de WGA-rekenpremie lager vastgesteld dan in 2008. De effecten op de lasten voor werkgevers zijn neutraal door een hogere WAO/WIA-basispremie (Aof) en sectorpremie.

b) De AWf-premie wordt ten opzichte van 2008 met 0,60%-punt verlaagd naar 4,15%. Deze daling wordt veroorzaakt door de investering die het kabinet doet in verlaging van de lasten op arbeid.

c) De AWf-premie voor werknemers wordt verlaagd naar 0%. Hierdoor dalen de lasten op arbeid, wat een participatiebevorderend effect heeft.

d) De inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de Zvw daalt met 0,3%-punt van 7,2% naar 6,9%.Verzekerden zonder werkgeversvergoeding zijn een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd van 4,8%.

e) Het UWV heeft de gemiddelde sectorfondspremie 0,03% hoger vastgesteld dan in 2008. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de sector uitzendbedrijven met een premiestijging van 5,05% naar 6,50%.

Bijstandsuitkeringen - IOAW, IOAZ en WWIK - per 1 januari 2009

De bijstandsuitkeringen gaan per 1 januari 2009 omhoog, omdat het wettelijk minimumloon (WML) stijgt. Ook de uitkeringen voor oudere werkloze werknemers (IOAW), oudere voormalige zelfstandigen (IOAZ) en kunstenaars (WWIK) stijgen. De verhogingen hebben te maken met de stijging van het WML en wijziging van loonbelasting en verzekeringspremies. Door een stijging van het WML, dat een bruto bedrag is, stijgt ook het netto minimumloon.

Voor het berekenen van de bijstandsuitkeringen wordt gekeken naar het netto minimumloon. Dat netto minimumloon wordt ook gebruikt om de bruto uitkeringen voor de IOAW, IOAZ en WWIK vast te stellen. Per 1 januari 2009 is het netto minimumloon, inclusief vakantiegeld € 1283,86 per maand. De bijstandsuitkering voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden is daaraan gelijk. Vergeleken met nu gaat de uitkering voor hen met € 10,49 per maand omhoog.

De uitkering voor alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar is gelijk aan 50 procent van het netto minimumloon. Dat is € 641,93 per maand. Alleenstaanden gaan er € 5,24 per maand op vooruit. Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2009 € 7,34 meer. Hun uitkering is gelijk aan 70 procent van het netto minimumloon. Dat wordt € 898,70 per maand. In alle hierna genoemde bedragen is de vakantie-uitkering begrepen.

Voor de bijstandsuitkering van alleenstaanden en alleenstaande ouders wordt ervan uitgegaan dat zij (woon)kosten met anderen delen. Als dat niet het geval is, kunnen ze in aanmerking komen voor een toeslag van maximaal twintig procent van het netto minimumloon, dus € 256,77 per maand.

Voor bijstandsgerechtigden onder de 21 en boven de 65 jaar gelden aparte normbedragen. De uitkeringen voor 65-plussers komen overeen met de netto AOW-bedragen.

In de bijstandsuitkeringen is een vakantie- uitkering begrepen van 5 procent van die uitkering:
Netto normbedragen voor mensen van 21 tot 65 jaar die een uitkering krijgen op grond van de Wet werk en bijstand.


Gehuwden of ongehuwd samenwonenden
Per maand €
1219,67
Vakantie- uitkering €
64,19
Totaal €
1283,86

Alleenstaande ouders
Per maand €
853,76
Vakantie- uitkering €
44,94
Totaal €
898,70

Alleenstaanden
Per maand €
609,83
Vakantie- uitkering €
32,10
Totaal €
641,93

Maximale toeslag voor mensen van 21 jaar tot 65 jaar:

Alleenstaande ouders en alleenstaanden
Per maand €
243,93
Vakantie- uitkering €
12,84
Totaal €
253,77

Netto normbedragen voor mensen van 65 jaar of ouder die een uitkering krijgen op grond van de Wet werk en bijstand;
Gehuwden en ongehuwd samenwonenden

Beiden partners 65 jaar of ouder
Per maand €
1286,25
Vakantie- uitkering €
67,70
Totaal €
1353,95

Een partners jonger dan 65 jaar
Per maand €
1286,25
Vakantie- uitkering €
67,70
Totaal €
1353,95

Alleenstaanden ouders
Per maand €
1178,36
Vakantie- uitkering €
62,02
Totaal €
1240,38

Alleenstaanden
Per maand €
936,15
Vakantie- uitkering €
49,27
Totaal €
985,42

Netto normbedragen voor mensen jonger dan 21 jaar die een uitkering krijgen op grond van de Wet werk en bijstand

Gehuwden en ongehuwd samenwonenden
Beiden partners 18, 19 of 20 jaar
Per maand €
421,44
Vakantie- uitkering €
22,18
Totaal €
443,62

Eιn partner jonger dan 21 jaar
Per maand €
820,55
Vakantie- uitkering €
43,19
Totaal €
863,74

Alleenstaanden
Per maand €
210,72
Vakantie- uitkering €
11,09
Totaal €
221,81

Voor mensen jonger dan 21 jaar met ιιn of meer kinderen, gelden hogere bedragen:

Gehuwden en ongehuwd samenwonenden
Beiden partners 18, 19 of 20 jaar
Per maand €
665,37
Vakantie- uitkering €
35,02
Totaal €
700,39

Eιn partner jonger dan 21 jaar
Per maand €
1064,48
Vakantie- uitkering €
56,03
Totaal €
1120,51

Alleenstaanden ouders
Per maand €
454,65
Vakantie- uitkering €
23,93
Totaal €
478,58

Normbedragen voor mensen die in een inrichting verblijven:

Alleenstaanden of alleenstaande ouder
Per maand €
271,59
Vakantie- uitkering €
14,29
Totaal €
285,88

Gehuwden
Per maand €
422,43
Vakantie- uitkering €
22,23
Totaal €
444,66


Eigen vermogen

Mensen hoeven niet al hun spaargeld op te maken vσσr ze in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Het vrij te laten vermogen is:

Voor gezinnen €
10.910,00
Voor alleenstaanden €
5.455,00

Voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen en een eigen huis bewonen, geldt een extra vrijlating van maximaal € 46.100,00.


Langdurigheidstoeslag

Bijstandsgerechtigden tussen de 23 en 65 jaar, die langer dan vijf jaar leven van een inkomen op bijstandsniveau en geen perspectief op een baan hebben, komen in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag. Deze bedraagt:

Voor gehuwden €
486,00
Voor alleenstaande ouders €
436,00
Voor alleenstaanden €
341,00



Premie voor reοntegratie

Gemeenten mogen bijstandsgerechtigden een premie geven die bijdraagt aan hun arbeidsinschakeling. Die premie is maximaal € 2196,00 per jaar.

Onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk

Onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk

Bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk doen, krijgen daar soms een onkostenvergoeding voor. Die mogen ze tot een beperkt bedrag houden, zonder dat de hoogte van hun uitkering verandert. Als het gaat om vrijwilligerswerk dat de gemeente noodzakelijk vindt voor re-integratie van een bijstandsgerechtigde, dan mag er per maand maximaal € 150,00 vrij ontvangen worden. Per jaar is het maximum € 1.500,00.

In alle andere gevallen is de grens van de vrij te laten onkostenvergoeding lager: maximaal € 95,00 per maand, met een maximum van € 764,00 per jaar.

Bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk doen, krijgen daar soms een onkostenvergoeding voor. Die mogen ze tot een beperkt bedrag houden, zonder dat de hoogte van hun uitkering verandert. Als het gaat om vrijwilligerswerk dat de gemeente noodzakelijk vindt voor re-integratie van een bijstandsgerechtigde, dan mag er per maand maximaal € 150,00 vrij ontvangen worden. Per jaar is het maximum € 1.500,00.
In alle andere gevallen is de grens van de vrij te laten onkostenvergoeding lager: maximaal € 95,00 per maand, met een maximum van € 764,00 per jaar.

IOAW en IOAZ

De IOAW (wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) is bestemd voor oudere langdurig werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen, ongeacht hun leeftijd.

Voor de IOAZ (wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) komen mensen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte ex-zelfstandigen (ongeacht hun leeftijd) in aanmerking die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moesten beλindigen.

De IOAW en de IOAZ vullen het totale inkomen van de rechthebbende en zijn partner aan tot bijstandsniveau. Op de hierna volgende grondslagen worden dus de bruto inkomsten van de rechthebbende en zijn of haar partner in mindering gebracht.

De bruto grondslag bedraagt voor:


Gehuwde en ongehuwde partners die beide 21 jaar of ouder zijn
Per maand €
1367,44
Vakantie- uitkering €
109,40
Totaal €
1476,84

Alleenstaanden van 21 jaar of ouder met ιιn of meer kinderen
Per maand €
1330,71
Vakantie- uitkering €
106,46
Totaal €
1437,17

Alleenstaanden vanaf 23 jaar
Per maand €
1054,14
Vakantie- uitkering €
84,33
Totaal €
1137,47

Alleenstaanden vanaf 22 jaar
Per maand €
819,16
Vakantie- uitkering €
65,53
Totaal €
884,69

Alleenstaanden vanaf 21 jaar
Per maand €
691,48
Vakantie- uitkering €
55,32
Totaal €
746,80

Voor mensen onder de 21 jaar gelden lagere bedragen.

In tegenstelling tot de bijstand wordt bij de IOAW geen rekening gehouden met vermogen. Bij de IOAZ wordt wel rekening gehouden met andere inkomsten en ook met vermogen. Zo blijft vermogen tot een bedrag van € 119.929,- buiten beschouwing. Het vermogen boven het bedrag van maximaal € 119.929,- wordt geacht jaarlijks 4 procent inkomsten op te leveren: die worden in mindering gebracht op de uitkering.

Voor mensen die een IOAZ-uitkering krijgen en een pensioentekort hebben, wordt een bedrag tot maximaal € 112.792,- ten behoeve van aanvullende pensioenvoorzieningen buiten beschouwing gelaten.

Wet werk en inkomen kunstenaars

De Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) is bedoeld voor kunstenaars die tijdelijk nog niet(geheel)in een eigen inkomen kunnen voorzien. De WWIK kent geen apart uit te betalen vakantie-uitkering. Deze is in de maandelijkse uitkering inbegrepen.

De bruto uitkering per maand bedraagt voor:

Alleenstaanden €
718,09
Alleenstaande ouders €
1000,69
Gehuwde en ongehuwde samenwonenden €
1058,08


Minimumloon per 1 januari 2009 met 1,81 procent omhoog

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2009 met 1,81 procent. De verhoging komt doordat het wettelijk minimumloon aangepast wordt aan de gemiddelde ontwikkeling van de cao-lonen. Op 1 juli 2008 volgt een halfjaarlijkse aanpassing.

Wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband per 1 januari 2008 (in euro’s):

Per maand €
1381,20
Per week €
318,75
Per dag €
63,75

Wettelijke bruto minimumjeugdlonen per 1 januari 2009 (in euro’s)
Leeftijd            % van het minimumloon Per maand Per week Per dag
22 jaar 85.0%
1174,00
270,90
54,18
21 jaar 72.5%
1001,35
231,10
46,22
20 jaar 61.5%
849,45
196,05
39,21
19 jaar 52.5%
725,15
167,35
33,47
18 jaar 45.5%
628,45
145,05
29,01
17 jaar 39.5%
545,55
125,90
25,18
16 jaar 34.5%
476,50
109,95
21,99
15 jaar 30.0%
414,35
95,60
19,12

De netto bedragen zijn, anders dan de bruto bedragen, niet wettelijk bepaald. Ze kunnen per bedrijfstak of bedrijf verschillen. Dit komt door verschillen in inhoudingen op het loon, onder meer in verband met de premieheffing voor de sociale zekerheid. 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 24-12-2008