Techniek
Op deze pagina zult u regelmatig nieuwe
vaktechnische artikelen aantreffen.
U vindt hier:
Het reinigen van ramen
Fabels over plastisol
Het testen
van de curing van plastisol
Het reinigen van ramen
Het schoonmaken van ramen wordt niet beschouwd als een aangename klus. Bovendien
is het vaak ondankbaar werk, omdat er soms toch hardnekkige restanten en
spookbeelden achterblijven. Hoe komt dat en wat doen we er tegen?
Werkwijze
De hele schoonmaakprocedure ziet er als volgt uit:
verwijderen van de inkt (leegscheppen);
verwijderen van de inktresten;
drogen;
filler verwijderen;
licht ontvetten;
ontfilmen;
restanten of spookbeelden verwijderen;
(eventueel) ontvetten
uitspoelen en drogen.
We zullen deze handelingen stap voor stap nader beschouwen.
Verwijderen van
de inkt
Het verwijderen van de inkt bestaat eenvoudigweg uit het leegscheppen van het
drukraam, hetgeen meestal aan de machine gebeurt. Als de randen van het gaas
werden afgeplakt met tape, zal dit het leegscheppen sneller en doeltreffender
doen verlopen.
Verwijderen van
inktresten
Voorzover het geen inkten op waterbasis betreft, wordt het raam schoongemaakt
met een oplosmiddel. Een K2 middel is toegestaan, maar een K3 of K4 middel wordt
sterk aanbevolen. Bij waterbasis inkten zou het in principe met hogedruk water
moeten kunnen. Dit kan echter inhouden dat u een filterinstallatie moet
toepassen vanwege de lozingsvoorschriften. Bovendien zullen sommige waterbasis
inkten zich niet met uitsluitend water laten verwijderen. De fabrikant zal in
zo’n geval een speciaal voor die inkt ontworpen reinigingsmiddel kunnen leveren.
Raadpleeg in dan wèl het Veiligheids Informatieblad (VIB) van het betreffende
middel, om vast te stellen of het al dan niet een oplosmiddel bevat.
Drogen
Oplosmiddelen mogen niet via het afvalwater geloosd worden. Om die reden moet
het raam nu eerst gedroogd worden, zodat alle oplosmiddelen uit het raam zijn
verdampt. Bij K2 middelen gaat dat vrij snel, bij K3 langzamer en bij K4 praten
we over enkele uren. Ramen die uitsluitend met water zijn behandeld, behoeven
natuurlijk niet eerst gedroogd te worden.
Filler verwijderen
De (waterbasis) screenfiller wordt nu met water uit het raam gespoten.
Ontvetten
Als er gedrukt is met niet-waterbasis inkten en/of het reinigingsmiddel was op
oplosmiddelbasis, kan het raam vettig zijn. Het verdient in dat geval
aanbeveling om licht te ontvetten met een eenvoudige ontvetter (een ‘zeep-achtige’).
Daardoor zal de ontfilmer (stripper) sneller en gemakkelijker in de emulsielaag
kunnen doordringen.
Ontfilmen
Ontfilmingspreparaten (strippers) worden in enkele varianten geleverd: pasta,
gebruiksklaar vloeibaar, geconcentreerd vloeibaar en in poedervorm. De poeder
moet door de gebruiker in water worden opgelost en is dan gelijk aan de
gebruiksklare vloeibare stripper. Pasta’s zijn relatief duur in gebruik, maar
makkelijk hanteerbaar. Geconcentreerde stripper wordt in hoofdzaak toegepast
voor automatische ontfilmingsmachines. De gebruiksklare stripper laat zich goed
en gelijkmatig op het gaas aanbrengen d.m.v. een plantenspuit.
Behandel het raam aan weerszijden met stripper en u ziet de emulsielaag snel
oplossen. Als alles is opgelost, spuit u het raam met hogedruk water uit. Laat
de stripper NOOIT indrogen, want dan krijgt u het gaas in het geheel niet meer
schoon.
Restanten of spookbeelden verwijderen
Dit is verreweg het moeilijkste en meest besproken onderdeel van het
reinigingsproces. Onder de verzamelnaam ‘spookbeelden’ worden twee verschijnsels
aangeduid. Dat zijn diazo aankleuring en restanten van filmemulsie en inkt. Waar
komen die vandaan?
Diazo aankleuring
Een foto-emulsie bestaat uit PVAl met daaraan diazo toegevoegd. Diazo is diep
okergeel van kleur en deze kleur is uiterst moeilijk ergens van te verwijderen.
(In plaats van diazo kan er ook SBQ zijn toegevoegd. Die is echter kleurloos,
dus laten we die in dit bestek buiten beschouwing.) Tijdens de belichting wordt
de diazo verbruikt. Een geheel uitgeharde emulsielaag zal dus geen diazo meer
bevatten. U kunt dit zelf waarnemen als u na de belichting en vóór het
ontwikkelen de emulsielaag bekijkt. De belichte delen zijn dan lichter van kleur
dan de onbelichte delen. Die laatste bevatten nog de volle portie diazo.
Is de belichting te kort geweest, dan bevindt zich nog diazo in de emulsie, de
hoogste concentratie op de plek waar de emulsie in de mazen van het gaas zit.
Deze diazo kleurt de draden van het gaas aan. Dit is de diazo aankleuring. Deze
aankleuring kan per foto-emulsie sterk verschillen, variërend van (vrijwel)
onzichtbaar tot onacceptabel sterk.
Een eenvoudig proefje toont dit aan:
Belicht een ingefilmd raam met een halftoon (dus geen raster) grijstrap
op uw normale gangbare manier.

Ontwikkel dit raam goed. Sproei dus overal water (circa 20°C), niet alleen op de
grijstrap.
De trapjes van de grijstrap zullen stuk voor stuk wegspoelen.

Uiteindelijk zal de grijstrap één trapje bevatten dat nog net niet is wegspoeld
(in dit geval nr. 6).
Droog het raam.
Ontfilm het raam nu op de gebruikelijke wijze.
U zult vaststellen dat het trapje dat nog net niet wegspoelde, moeilijker is te
strippen.
Op die plek werd de emulsie te lang belicht om helemaal weg te spoelen, maar te
kort belicht om geheel door te harden. Precies daar zult u een diazo aankleuring
constateren.
Het één en ander is afhankelijk van het hardingsgedrag van uw foto-emulsie.
Restanten
Nog ernstiger is wat er in de mazen gebeurt, ter plaatse van een niet volledig
doorgeharde emulsie. Die emulsie zal daar een wat ‘sponzige’ structuur hebben.
Tijdens het drukken wordt de inkt met geweld in die structuur geperst. Er
ontstaat een soort gatenkaas, waar de kaas de emulsie met diazo-restanten
voorstelt en de gaten zijn opgevuld met inkt. Dat geheel wordt, om de ramp
compleet te maken, ook nog eens samengeperst in de hoeken van de mazen, tussen
de draadkruisingen. Deze substantie treft u ook in de beeldranden aan, omdat de
emulsielaag daar extra toegankelijk is. Ook aan ruwe draden (door opruwen,
chemisch aanvreten of slijtage) hecht zich deze substantie vrij gemakkelijk.
Verwijderen
Het zal duidelijk zijn dat deze samenvlechting van emulsie en inkt niet
gemakkelijk te verwijderen is met een één-component middel. Er zijn twee
componenten voor nodig. De eerste component moet de emulsieresten oplossen,
terwijl de andere de inktresten moet oplossen. De moeilijkheid daarbij is dat de
emulsie- en de inktresten elkaar als het ware beschermen. Ze zijn, doordat ze
samengevlochten en vervolgens zijn samengeperst, geen van beide erg toegankelijk.
Het zou van belang zijn om zeker te weten welke van de twee restanten in de
meerderheid is, zodat u die als eerste kunt oplossen. Helaas is dat echter niet
waarneembaar. In de meeste gevallen zullen de emulsieresten wel de overhand
hebben en kunt u dus het beste beginnen met de stripper (vooraf eventueel eerst
weer even ontvetten). Met een goede hogedrukspuit is de kans aanwezig dat u niet
alleen de emulsieresten wegspuit, maar dat door de grote mechanische kracht de
inktresten ook worden ‘weggeblazen’. Alles wat u met mechanische kracht kunt
doen, behoeft niet meer met chemie te worden gedaan.
Als dat niet (geheel) wil lukken, moeten de inktresten toch worden aangepakt.
Die moeten worden opgelost met een daartoe geëigend middel. Dat kan een
oplosmiddel zijn. In veel gevallen kunt u voor dit doel de verdunner van de inkt
gebruiken, voor zover het een oplosmiddelhoudende inkt betreft. Die mag u echter
niet in de afvoer terecht laten komen, dus bent u weer genoodzaakt het raam
eerst te drogen, alvorens het met water schoon te spuiten. En dat vormt een
handicap, want na droging zijn de inktresten weer hard.
Kant en klare middelen om spoorbeelden te verwijderen
Diverse fabrikanten leveren kant en klare spookbeeldverwijderaars. Daar moet u
zeer selectief mee omgaan.
Een aantal daarvan zijn op basis van chloor. Die maken de restanten onzichtbaar,
maar echt verwijderen doen ze die doorgaans niet.
Een andere groep is op basis van natronloog. Het gaas wordt daarmee ingesmeerd
en na een bepaalde tijd wordt het gaas met een tweede component, meestal
activator geheten, behandeld. U moet hierbij wel bedenken dat polyester niet
bestand is tegen natronloog. De draden worden wel schoon, maar door de inwerking
van het natronloog tegelijk ook ruw. Dat laatste verhoogt de mate van
spookbeeldvorming aanmerkelijk en heeft ook een negatief effect op het
vloeigedrag van de inkt tijdens het drukken.
Er wordt door de fabrikanten hard gewerkt om het probleem van de spookbeelden op
te lossen. Er komen regelmatig nieuwe middelen op de markt. Uit de VIB’s
kunt u opmaken of ze op basis van chloor of loog samengesteld zijn. Is dat niet het geval, dan loont
het zeker de moeite deze middelen in uw dagelijkse praktijk uit te testen.
Tenslotte
Het zal duidelijk zijn dat een goede belichting een hoop narigheid kan besparen.
Bekijk eens kritisch of uw kopieerlamp nog in orde is. Oude lampen verliezen hun
werkzame golflengten. De lamp moet, qua stralingsgebied, passend zijn bij de
spectrale gevoeligheid van uw foto-emulsie. Zijn de belichtingstijden lang
genoeg?
Bedenk daarbij dat een te lange belichting (bij gekleurd gaas) veel minder kwaad
kan dan een te korte. Immers, als alle aanwezige diazo is opgebruikt valt er
verder niets meer te harden.
Een gladde draad zal vrijwel niet gevoelig zijn voor aanhechting van
inktdeeltjes. Naarmate de draden ruwer worden, zal dit echter toenemen. De
draden kunnen ruwer worden door de inwerking van chemische stoffen als
natronloog of door slijtage. De ruwere draad zal ook de inkt minder soepel door
de maas laten vloeien en op den duur zal een aangroei van inktdeeltjes zich
opstapelen, hetgeen zich dan weer manifesteert als spookbeeld.
Wij staan natuurlijk open voor uw mening en uw ervaringen. Alle op- en
aanmerkingen zijn dan ook welkom. Mail naar:
info@zeefdruk-info.nl.
Paul Beversluis.
Veel gehoorde fabels over het drukken van plastisol inkt.
Union Ink heeft een compilatie gemaakt van veel gehoorde fabels over plastisols en geeft daarbij haar commentaar, met de bedoeling ze te ontzenuwen. Wij geven dat hier graag voor u weer.
"Mijn inkt is gebruiksklaar, ik druk zo uit de emmer!".
Een inkt is nooit gebruiksklaar en zo uit de emmer te gebruiken. Hij moet altijd geroerd worden, zowel voor het gebruik als voordat er viscositeitveranderende hulpmiddelen aan worden toegevoegd.
Tijdens de opslag vormen plastisols veelal een zogenaamde "pseudo-substantie", ook bekend als de rusttoestand van de inkt of de statische viscositeit. Plastisol inkten zijn van nature tixotroop, hetgeen betekent dat zij dunner worden als zij in beweging zijn, zoals het geval is bij goed roeren of tijdens de verplaatsing door de rakel en voorrakel bij het drukken.
Meestal reduceert simpel roeren de viscositeit al dusdanig dat de kosten voor verdunners en de tijd die nodig is ze door de inkt te mengen, kunnen worden bespaard. Sterker nog, onnodig verdunnen van de inkt kan deze zelfs onbruikbaar maken. Dat is nog kostbaarder.
"Ik kan toe met één witte inkt voor al mijn katoen en katoen/poly weefsels!"
Hoewel dit niet helemaal een
onwaar is, zijn er goede argumenten waardoor een
zeefdrukker wel twee keer nadenkt voordat hij één enkele witte inkt aanmaakt
voor zowel 100% katoen als katoen/polyester mengsels. Er zijn inderdaad wel
bedrijven die hetzelfde wit trachten te gebruiken voor elk substraat. Doorgaans
betreft het dan een hoogdekkende witte inkt met anti-doorbloed eigenschappen,
die werd getest en in orde bevonden voor zelfs het ergst doorbloedende textiel.
Per slot van rekening, als een geweer werkt voor een olifant, zal het ook voor
een konijn werken. Ja toch? Nee dus! Inktfabrikanten begrijpen volledig dat
drukkers het proces zo simpel mogelijk willen houden. En als ze slechts één
soort universeel wit in huis hebben, zal er nooit per ongeluk een emmer inkt
voor 100% katoen leeg gedrukt kunnen worden op 50/50 textiel, met doorbloeden en
dus afkeuren als resultaat. Echter, waar sommige drukkers zich onvoldoende
van bewust zijn, is het feit dat inktfabrikanten kleurstofblokkerings-middelen
in anti-doorbloed inkten opnemen, om de migratie van vluchtige
textielkleurstoffen uit polyestergemengde stoffen tegen te gaan. Maar sommige
textielkleurstoffen in 100% katoenen stoffen, kunnen in contact komen met die
kleurblokkerings-middelen, waarbij "spookbeelden" op het punt van contact kunnen
ontstaan, hetgeen leidt tot afkeur.
De prijs is een andere reden om een tweede witte inkt in huis te hebben. Een witte inkt voor katoen is van huis uit zo’n 25% tot 30% goedkoper dan een anti-doorbloed wit. In een sterke concurrentiewereld kan dat precies dat verschil uitmaken waardoor u de order krijgt en uw winstmarge zeker stelt.
Een derde reden is productiviteit. Als u een anti-doorbloed wit gebruikt als underbase zult u zonder twijfel te maken krijgen met langere tussendroogtijden en een hogere after-flash tack. Beiden verlagen uw productiesnelheid.
Tenslotte is er nog een kwaliteits aspect. De meeste anti-doorbloed inkten bevatten kleine hoeveelheden van hetzelfde zwel-middel dat ook voorkomt in puff inkten. Als deze inkten te lang worden tussengedroogd, kan een licht puff effect ontstaan, waardoor het oppervlak ruw wordt.
"Het verdunnen van mijn hoogdekkende inkt verlaagt de dekkracht"
In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, kan een hoogdekkende inkt worden verdund zonder de dekkracht aan te tasten. In feite kunt u zelfs de dekkracht van zo’n inkt verhogen door er verdunner aan toe te voegen. Vanwege de componenten en pigmentconcentraties die deze inkt zijn eigenschappen meegeven, zal na een zekere tijd de viscositeit een punt hebben bereikt waarop zelfs stevig roeren voor het gebruik de inkt niet meer in een goed verdrukbare toestand terugbrengt. Daar komt nog bij dat afbeeldingen op zwarte stoffen een fijnere detailweergave bij een hoge dekkracht vereisen, waardoor u soms zelfs fijnere gazen moet toepassen. Dit kan betekenen dat u gaas en sjabloon niet geheel leeg kunt drukken. Toevoeging van een kleine hoeveelheid curable reducer (2 to 5 gewichtsprocenten) kan in zo’n geval de inkt weer op een verdrukbare viscositeit brengen. Afhankelijk van het type inkt en zijn aanvangsviscositeit, kan toevoeging van 2 tot 5 procent curable reducer een 20 tot 25 procent een verlaging van de viscositeit geven, waardoor de inkt gemakkelijker verdukbaar wordt en het gaas geheel leeg zal drukken. Als door deze modificatie alle inkt het gaas verlaat en terecht komt op het oppervlak van het textiel, zal dit er mooi dekkend uitzien. Wees echter voorzichtig met afwegen, want met deze kleine hoeveelheden kunt u vrij gemakkelijk te veel curable reducer toevoegen. De te dunne inkt zal dan niet op het oppervlak blijven liggen, doch in het textiel penetreren, waardoor het dekkend vermogen drastisch afneemt.
"Ik druk een hoogdekkende inkt over de underbase en op lichtgekleurde stoffen"
Als u een hoogdekkende inkt gebruikt om over een underbase te drukken of direct op een lichtgekleurde stof, gebruikt u weer een olifantsgeweer om een konijn te schieten. Hoogdekkende inkten zijn ontworpen om direct te drukken op donkere stoffen. U heeft simpelweg deze dekkracht niet nodig op een witte underbase of op een lichtgekleurde stof. U bespaart uzelf geld en verhoog uw productie door gebruik te maken een voordeliger en minder dekkende inkt die speciaal is ontworpen voor bedrukking van underbase en lichtgekleurd textiel.
"Afgezien van het gebruik van de beste doorbloed-bestendige inkt, is er helemaal niets dat ik nog verder kan doen om kleurstofmigratie op 100% polyester weefsels te voorkomen"
Er zijn twee aanvullende dingen die u kunt doen om uw kans op deze kleurstofmigratie te reduceren: houd scherp de temperatuur van uw tussen- en einddroging in de gaten en let goed op de stof die u bedrukt.
Tijdens het tussendrogen beginnen de paletten op te warmen en worden algedurig heter tijdens een productierun. Stel uw tussendrogers nauwkeurig in en verzeker u ervan vooral niet te veel tussendroging te doseren. Dan, bij de einddroging, moet u zowel de temperatuur van de textiel als van de inktfilm controleren, om er zeker van te zijn dat de aanbevolen temperatuur van de inkt wordt bereikt, waarbij echter de textieltemperatuur de 165° C (=330° F) niet mag overstijgen. Polyester kleurstoffen raken "opgewonden" als de temperatuur stijgt en beginnen een uitweg te zoeken. Meestal ontsnappen ze dan recht omhoog door de inktfilm heen en zijn er de oorzaak van dat binnen 72 uur een prachtige witte afdruk verandert in een misselijkmakende roze kleur.
Een vaak over het hoofd geziene test op kleurstofmigratie bestaat simpelweg uit het controleren van het polyester weefsel zelf vóór het drukken, d.m.v. de zowel de natte- als de droge smet-test. Neem een stukje wit katoen, wikkel dit om uw wijsvinger en schuur daarmee twee of drie maal stevig over het te testen polyester weefsel. Kijk nu of er in het katoen enige verkleuring door de kleurstoffen is opgetreden. Herhaal de proef, echter nu met een natgemaakt stukje wit katoen om uw vinger. Bekijk nu beide stukken katoen en stel vast hoeveel kleurstof is overgedragen aan de stukken katoen. Als er minimale, of zelfs helemaal geen verkleuring heeft plaatsgevonden, is de kans zeer groot dat u de kleurstofmigratie kunt uitsluiten (aangenomen dat het gehele drukproces correct wordt uitgevoerd). Echter, als er een behoorlijk grote kleuroverdracht op beide stukken katoen heeft plaatsgevonden, komen er zeker problemen en kunt u het beste contact opnemen met uw textielleverancier. Het is altijd aan te raden aan iedereen die 100% polyester weefsels bedrukt, bij een aantal leveranciers of fabrikanten vooraf monsters aan te vragen en deze te testen. Biedt uw klanten uitsluitend die polyester weefsels aan die de hoogste kans op succesvol bedrukken hebben.
Bron: Union Ink
Nederlandse bewerking: Paul Beversluis
Test de curing van uw plastisols!
Het overgrote deel van de klachten die de inktfabrikanten van textieldrukkers krijgen, heeft te maken met het barsten of zelfs loslaten van de inktlaag bij het wassen. Wordt er dan navraag gedaan naar hun testmethoden voor de curing, dan blijken veel klagers weinig of zelfs helemaal niet te testen. Er zijn verschillende manieren om een goede curing te testen, de ene beter dan andere. Maar altijd beter dan helemaal niet testen.
Temperatuurstrips en –tapes
Het plaatsen van een temperatuurstrip vlakbij het gedrukte beeld, tijdens de doorloop in de droogtunnel, is lang een standaard geweest in de industrie, vooral omdat het een goedkope en simpele test is. Maar u krijgt waarvoor u betaalt, want het is de minst accurate methode om de temperatuur van de inktlaag te vast te stellen. Hoewel opmerkelijk nauwkeurig bij het meten van de temperatuur van transferpers-bladen, zijn temperatuur-tapes een stuk minder accuraat in het meten van de temperatuur van een directe druk. En dat kan dan weer leiden tot ontevreden klanten.
Temperatuurpistool
Dit is een schappelijk geprijsd (€ 100,-- tot € 200,--) instrument dat momenteel bij textieldrukkers populair is voor het meten van de temperatuur van de inktlaag.Het is hoogst accuraat (tot binnen 2% tolerantie), mits correct gebruikt. Temperatuurpistolen worden niettemin beïnvloed door afstand, dus het is belangrijk dat het laserpunt vizier direct is gericht op de inktlaag en niet verder ervan verwijderd dan circa 15 cm. Het meetpunt zou gesitueerd moeten zijn op het punt waarop het drukwerk juist onder de laatste hittebron van de droogtunnel uit loopt, om de hoogste temperatuur van de inktlaag te kunnen meten. Het pistool meet slechts aan het oppervlak van de inktlaag – in plaats van daar waar de inktlaag de stof raakt – dus verzeker u ervan dat de oppervlaktetemperatuur minimaal 155° C (310° F) bereikt bij dunne inktlagen en 160° - 165° C (320° - 325° F) bij dikke inktlagen.
Themo probes (in contact)
Dit is wellicht de meest accurate meetmethode omdat de temperatuurvoeler de
hele reis door de droogtunnel meemaakt, gelegen op de stof, direct naast het
drukbeeld. Ook is de thermo probe een goed instrument om de hete en minder hete
plaatsen in de droogtunnel aan te geven, of te signaleren dat een
verwarmingselement de geest heeft gegeven. Echter, omdat het hier een hoge
kwaliteit precisie instrument betreft, is helaas de prijs vrij hoog.
Wastest
Dit is een situatie waarbij een ongecompliceerde en weinig subtiele methode, toch de meest betrouwbare is. Simpelweg was en droog (op de normale manier) het bedrukte textiel drie tot vijf maal en beoordeel de afdruk na iedere wasbeurt. Sommige drukkers knippen het beeld eerst in twee helften en bewaren het ongewassen deel als referentie om het gewassen deel steeds mee te vergelijken. Als de inktlaag na drie tot vijf keer wassen geen achteruitgang in kwaliteit vertoont, is de curing goed geweest. Het nadeel van deze test is de tijdrovendheid ervan, waardoor dagelijks testen praktisch niet tot de reële mogelijkheden behoort. De wastest zou met regelmatige intervallen moeten worden uitgevoerd, in combinatie met één van de hiervoor beschreven testen.
Om bevredigende resultaten te krijgen en behouden, zou toch minimaal dagelijks een test moeten worden uitgevoerd.
Bron: Union Ink
Nederlandse bewerking: Paul Beversluis